Wall To Wall: “Een beetje vuiligheid mag”

De drie mannen van Wall to Wall komen eigenlijk nog maar pas met hun muziek uit de kast. Na twee jaar van hun betonnen repetitiekot van muur tot muur te vullen met stevige garagestonerblues zijn ze nu een half jaartje bezig met de Belgische podia te veroveren. Dat smaakt naar meer.

Wall to Wall omschrijft zichzelf op hun facebookpagina als Garagestonerblues of Testosterock. Wall to WallWanneer ik hen er naar vraag, leggen ze uit dat ze al jaren poprockblues met een scherp randje spelen, dat steeds steviger werd. Het trio groeide dan ook uit een mix van muzikanten en verleden experimentele muziekgroepjes. Met hun huidige bezetting hebben ze echter het grote lot gewonnen. Ze staan alle drie met hun neuzen in dezelfde richting en zijn erg goed op elkaar ingespeeld.

Met hun neuzen in dezelfde richting wil echter niet zeggen dat DSC_0622ze een strak en afgelijnd beeld hebben van waar ze naartoe willen. Wall to Wall heeft wel ambitie, maar wil vooral plezier blijven maken. Elk beetje aanzien van gelijkgestemde zielen is welkom, en ze zijn dan ook ontzettend vereerd met hun plekje op Willrock, waarvoor ze werden gekozen uit vijf steengoede bands door een vakjury.

Ze willen niet in één vakje passen en vinden honderd procent perfectie ook overroepen. Muziek moet een ziel hebben en mag zelfs een beetje vuil zijn. Opnames zullen dan ook nooit over geproducet worden. Zelfs foutjes op een optreden mag, en dankzij hun interactie op een podium merkt het publiek dat quasi nooit op. Ze spelen op gevoel. Zoals Wouter het omschreef: “Als iemand nu een foutje maakt, dan spelen wij daar alle drie op in. Komt een refrein daardoor vijf seconden te laat, so be it, maar dat is veel leuker dan je aan dat vaste stramien te houden.”collage wtw

Dat loskomen van een vast stramien maakt dat setlists soms moeilijk in elkaar te puzzelen zijn. DSC_0452Hun zelfgeschreven nummers zijn telkens weer verschillend en ook binnen liedjes wordt er meer geëxperimenteerd. Het mag dan wel voor het plezier zijn, ze blijven elkaar uitdagen een goed product af te leveren. Ze zijn veelzijdig en willen dat graag laten zien. Optreden is dan ook iets waar ze veel uit leren. Niet alleen de feedback die ze achteraf krijgen, ook het leren spelen met een p.a. Je moet daar niet alleen je eigen muziek door en door voor kennen om er een geluidstechnicus doorheen te loodsen, je moet ook echt je eigen voorkeuren kennen: wat is voor jou de juiste mix om door de monitor te horen?

Simon vindt de democratie die bij Wall to Wall heerst een grote troef. Iedereen steunt elkaar, niemand is slechts een decorstuk. Zelfs op vriendschappelijk vlak is er een echte klik. Het is een hobby die ze ieder doodgraag uitoefenen. Al begint die tegenwoordig wel los te lopen. Ze bestempelen zich niet als wereldveroveraars, maar het is wel fijn positieve feedback te krijgen van collega-muzikanten, vrienden en familie en zelfs organisatoren.

Zo kregen ze onlangs de kans om samen met een Waalse band te toeren. Ik zou hier nu een heel flauw mopje kunnen maken over het overtuigen van Waal tot Waal, maar omdat die tournee nog in het verschiet ligt, zal het voor later zijn.

Wat Wall to Wall verder nog typeert is het plezier dat van hen afstraalt wanneer ze op een podium staan. De drie mannen geven zich volledig en ze staan er als groep, niet als aparte muzikanten die ieder hun eigen ding doen. Ze bekijken de dingen ook steeds positief en dat merk je. Als een golf van muziek die iedereen overspoelt en overtuigt, die van muur tot muur spoelt en iedereen meeneemt, dat is Wall to Wall.